Aardappelen groeien op een manier die veel mensen verbaast: de knollen die je eet, zitten verstopt onder de grond, terwijl de plant boven de grond gewoon bloemen maakt. Wat begint als een klein stukje aardappel in de bodem, groeit uit tot een heel nest nieuwe knollen. Het proces duurt maanden en heeft de juiste omstandigheden nodig. Toch is het principe verrassend eenvoudig.
Pootgoed als startpunt van de teelt
Een aardappelplant begint niet met een zaad, maar met een stukje aardappel dat je in de grond stopt. Dit noem je pootgoed. Op dit stukje zitten kleine ogen, en uit die ogen groeien scheuten. Die scheuten duwen zich omhoog door de grond en worden de stengels van de plant. Tegelijk groeien er wortels naar beneden en vormen zich ondergrondse uitlopers, ook wel stolonen genoemd. Aan het einde van die stolonen ontstaan uiteindelijk de nieuwe aardappels. Pootgoed plant je in het voorjaar, meestal tussen maart en mei, als de bodem niet meer bevroren is en de temperatuur boven de tien graden uitkomt.
Wat er boven de grond gebeurt
Als de plant eenmaal uit de grond komt, groeit hij snel verder. De stengels worden stevig en de bladeren spreiden zich breed uit. Na een paar weken verschijnen er bloemen, die wit, lila of lichtpaars kunnen zijn, afhankelijk van het ras. Na de bloei kunnen er kleine groene bessen ontstaan. Die bessen lijken op kleine tomaatjes, want de aardappelplant is familie van de tomaat. In de bessen zitten zaadjes, maar die zijn giftig en worden niet gegeten. De bloemen zijn een teken dat de plant goed op weg is en dat er ondergronds van alles gebeurt.
De groei van de knollen onder de grond
Terwijl de plant boven de grond zichtbaar groeit, is het echte werk onzichtbaar. De stolonen zwellen aan hun uiteinden op en vormen kleine knolletjes. Die knolletjes groeien steeds verder en slaan zetmeel op. Dat zetmeel is de energiereserve van de plant. Hoe langer de knollen in de grond blijven, hoe groter ze worden. Aardappelen hebben voor een goede ontwikkeling voldoende water nodig, maar de bodem mag niet te nat zijn. Te veel water zorgt voor rotting. Te weinig water remt de groei en maakt de knollen klein. Boeren passen de watertoevoer daarom nauwkeurig aan.
Oogsten en bewaren na het groeiseizoen
Na een groeiseizoen van ruwweg drie tot vijf maanden is het tijd om te oogsten. Een teken dat de aardappels klaar zijn, is dat het loof boven de grond afsterft en geel wordt. Op dat moment heeft de schil van de knollen zich gehard en zijn de aardappels steviger. Vroege rassen zijn al in de zomer klaar, late rassen pas in het najaar. Na het oogsten bewaar je aardappels het beste op een koele, donkere en droge plek. Bij licht gaan ze groen kleuren, en groene stukken zijn giftig. Een kelder of een donkere kast werkt goed. Zo blijven ze weken tot maanden goed.
Veelgestelde vragen
Hoe diep plant je aardappelen in de grond?
Je plant aardappelen op een diepte van ongeveer tien tot vijftien centimeter. Dieper planten vertraagt de kieming, ondieper planten geeft meer kans dat de knollen later boven de grond uitsteken en groen worden door zonlicht. Aanaarden, dat wil zeggen extra aarde opschuiven rond de stengels, helpt om de knollen goed afgedekt te houden.
Kan je aardappelen kweken in een pot of bak?
Aardappelen kweken in een grote pot of bak is zeker mogelijk. Je hebt wel een ruime bak nodig van minimaal dertig liter per plant. Gebruik luchtige potgrond en zorg voor goede waterafvoer. Knollen in een pot worden iets kleiner dan in de volle grond, maar het resultaat is heel goed bruikbaar.
Waarom worden aardappelen groen en mag je ze dan nog eten?
Aardappelen worden groen als ze aan licht worden blootgesteld. In het groen gedeelte zit solanine, een stof die giftig is bij grotere hoeveelheden. Kleine groene plekken kun je ruim wegsnijden en de rest van de aardappel is dan nog gewoon te eten. Is een groot deel groen, dan kun je de aardappel beter weggooien.
Hoeveel aardappelen groeien er aan één plant?
Aan één plant groeien gemiddeld vijf tot twaalf knollen, afhankelijk van het ras, de bodem en de weersomstandigheden. Bij een goede verzorging en voldoende ruimte kunnen sommige rassen zelfs meer knollen per plant geven. Het totale gewicht per plant ligt vaak tussen de vijfhonderd gram en anderhalve kilogram.
