Drywall ophangen is een klus die veel mensen zelf aanpakken. Het is een slimme manier om een ruimte snel af te werken, zonder dat je daarvoor een aannemer nodig hebt. Gipsplaten zijn licht van gewicht, betaalbaar en relatief eenvoudig te plaatsen. Toch gaat het regelmatig mis omdat mensen de voorbereiding overslaan of de bevestiging niet goed uitvoeren. Met de juiste aanpak en wat geduld kom je een heel eind.
De goede voorbereiding bepaalt het resultaat
Voordat je ook maar één plaat vastschroeft, is het slim om de ruimte goed op te meten. Meet de muren en het plafond nauwkeurig op en bepaal hoeveel platen je nodig hebt. Reken altijd iets extra in voor zaagverlies en fouten. Kies de juiste plaatdikte voor jouw situatie: voor wanden gebruik je meestal platen van 12,5 millimeter, voor plafonds zijn lichtere platen van 9,5 millimeter een betere keuze. Let ook op de omgeving. In natte ruimtes zoals badkamers heb je vochtbestendige platen nodig. Die zijn te herkennen aan de groene of blauwe kleur. Zorg dat de onderconstructie van houten of metalen profielen recht en stevig staat voordat je begint met monteren. Een scheve onderconstructie geeft een scheve muur, hoe goed je ook je best doet.
Gipsplaten op maat zagen en plaatsen
Een gipsplaat zaag je niet door, maar je breekt hem. Trek met een meetlat en een stanleymes een rechte lijn over de plaat, druk de plaat daarna over een scherpe rand en breek hem door. De snede is schoon en recht als je de lijn diep genoeg hebt getrokken. Schuur de breukrand daarna even glad met een rasp. Bij het plaatsen is het verstandig om de platen altijd verticaal te monteren langs de muurprofielen. Begin in een hoek en werk van daaruit verder. Zorg dat de randen van de platen altijd op een profiel vallen, zodat je ze goed kunt vastzetten. Laat een kleine ruimte van ongeveer twee millimeter tussen de platen. Dat geeft ruimte voor het afwerken met voegmiddel en voorkomt scheuren door beweging in de constructie.
Schroeven op de juiste afstand voor een sterke bevestiging
De bevestiging van gipsplaten is een stap die veel mensen onderschatten. Gebruik altijd speciale gipsplaatschroeven, want gewone houtschroeven zijn niet geschikt. Zet de schroeven langs de randen van de plaat om de 25 tot 30 centimeter. In het midden van de plaat, op de tussenprofielen, mag de onderlinge afstand iets groter zijn: zo’n 30 tot 40 centimeter. Draai de schroeven net iets in de plaat, zodat de kop licht verzonken zit maar de gipsplaat niet doorboort. Als je te diep draait, verliest de schroef zijn grip en houdt de plaat minder goed. Een schroefbit op je boormachine helpt hierbij. Sommige boormachines hebben een speciale instelling waarmee je de diepte kunt begrenzen, wat handig is als je veel schroeven plaatst.
Voegen afwerken voor een strakke afwerking
Na het monteren zie je nog altijd de naden tussen de platen en de schroefkoppen. Die werk je weg met voegmiddel en wapeningsband. Breng eerst een laag voegmiddel aan in de naad, druk daarna de wapeningsband erin en strijk alles glad met een breed strijkijzer. Laat het goed drogen voordat je een tweede laag aanbrengt. Schuur de gedroogde laag licht af en herhaal dit zo nodig een derde keer. De schroefkoppen vul je ook op met voegmiddel en slijp je vlak na het drogen. Na het schuren is het oppervlak klaar voor een laag primer en daarna verf of behang. Dit afwerkproces kost tijd en vraagt om geduld, maar het verschil tussen een goed en een slecht resultaat zit hier. Een te dun aangebracht voegmiddel of te snel doorwerken geeft krimpscheuren die later door de verf heen zichtbaar worden.
Veelgestelde vragen
Hoeveel schroeven heb ik nodig per gipsplaat?
Het aantal schroeven per plaat hangt af van de plaatgrootte en de onderlinge afstand van de profielen. Voor een standaard plaat van 120 bij 260 centimeter gebruik je al snel 30 tot 40 schroeven als je de aanbevolen afstanden aanhoudt.
Kan ik gipsplaten ook op een bestaande muur bevestigen?
Gipsplaten bevestigen op een bestaande muur is mogelijk, maar dan gebruik je speciale wandankers of lijm in plaats van een onderconstructie. Dit werkt goed als de bestaande muur recht en droog is. Op een onregelmatige muur is een profielconstructie een betere oplossing.
Wat is het verschil tussen gewone en vochtbestendige gipsplaten?
Gewone gipsplaten zijn niet geschikt voor ruimtes waar veel vocht voorkomt. Vochtbestendige varianten hebben een behandelde kern en een speciale papierlaag die vocht beter weerstaat. Ze zijn te herkennen aan hun groene of blauwe kleur en zijn iets duurder dan standaard platen.
Moet ik een primer gebruiken voor ik ga schilderen?
Een primer aanbrengen na het afwerken van gipsplaten is sterk aan te raden. Zonder primer trekt de verf ongelijkmatig in het gips en krijg je vlekken of kleurverschillen in het eindresultaat. Een goede gipsprimer zorgt voor een gelijkmatig en hecht oppervlak.
